Bijzonder(e) korte verhalen

Meditatie
Prioriteitenlijstjes slingeren overal in mijn huis. Mijn hoofd loopt over van de dingen die ik moet doen van mezelf. Ik maak steeds nieuwe lijstjes omdat ik de oude niet meer kan vinden. Ik word moe van de discussies, zorgen, het uitstellen van besluiten, angstgevoelens over hoe het nu verder moet en andere gedachten die in mijn bovenkamer om aandacht schreeuwen. Ik weet dat ik ruimte in mijn hoofd moet creëren en verlang naar rust zodat ik weer verder kan. Ik besluit me aan te sluiten bij een meditatieclubje.
Vol verwachting open ik de fuchsia gekleurde garagedeur gedrapeerd met uit de kluiten gewassen felrode hanggeraniums en loop de tuin in van het statige huis. Ik word warm verwelkomd met een innige omhelzing door de gastvrouw. Een bonte mix van interessante mensen van diverse nationaliteiten druppelt de tuin binnen. Birkenstock sandalen, Yves Saint Laurent pumps, zomerse bloemenjurken, Indiase hippiegewaden en casual kleding creëren een kleurrijk decor. Na een geurig kopje kruidenthee uit kleurige Marokkaanse glaasjes zetten we onze schoenen in een schoenenrek en betreden de oranjekleurige ruimte om samen een uurtje in stilte door te brengen. Er is weinig licht; enkele muren zijn behangen met prachtige Indiase kleden. Er staan kaarsjes op de grond in het midden van de grote kamer en het ruikt er naar wierook. Zachte Tibetaanse klanken vullen de ruimte. We nemen allen plaats op de uitnodigende kussens die tegen de muur op de grond liggen. De gastvrouw zit bij een grote goudgekleurde gong. Ik ga in kleermakerszit op een kussen zitten en word er pijnlijk aan herinnerd dat dit me ooit heel gemakkelijk afging. Ik negeer mijn stijfheid en sluit mijn ogen. Ik adem diep in en concentreer me op mijn ademhaling. Adem in.. . adem uit…Mijn hoofd vult zich met de gebruikelijke stroom informatie. Ik probeer er als van op een afstand naar te kijken, maar het lukt niet. Vijf minuten in de meditatie begint mijn onderlichaam te trillen en te tintelen. Een paniekgevoel maakt zich van mij meester. Nog 45 minuten! Ik probeer me te ontspannen in de pijn, wat een beetje werkt, maar moet plotseling niezen. Ik test de ‘mind over matter’ theorie. Het werkt! Ik probeer de woordenstroom weg te visualiseren en plaats ze op wolkjes die ik ver wegblaas met een diepe uitademing. Ze komen gelijk weer terug. Mijn lichaam begint overal zeer te doen. Ik heb het gevoel dat mijn hoofd op ontploffen staat. Me pijnlijk bewust van de werking van mijn darmen moet ik vechten tegen de natuurlijke neiging van mijn lichaam om wat lucht uit te stoten. Het angstzweet breekt me uit en ik moet iedere pijnlijke spier aanspannen om te voorkomen dat ik van schaamte nooit meer mijn gezicht kan laten zien. De 50 minuten van de meditatie lijken uren. Eindelijk luidt het geluid van de gong het einde van de meditatie in. Voorzichtig strek ik mijn benen, wat een intense pijn veroorzaakt. We doen allemaal net of het normaal is. Weer buiten in de tuin kom ik volledig tot rust en met een glimlach op mijn gezicht verwelkom ik de stilte in mijn hoofd……..eindelijk.
Volgende week ben ik zeker weer van de partij!

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Echte liefde
Het is vast echte liefde. Ze dragen dezelfde teenslippers, dezelfde kleur bermuda en hetzelfde T-shirt. Ik vind het een beetje raar, maar ook wel lief. Iemand die zo veel van je houdt dat hij dezelfde kleuren wil dragen. Hand in hand wandelen ze voorbij. Terwijl de ochtend ontwaakt bekijk ik de hoofdzakelijk Duitse overwinteraars, met openwapperende blouses, die hun dikke buiken vrolijk aan de wind blootstellen en op blauwe campingslippers over de brede boulevard flaneren. Heel even heb ik het gevoel of ik me in een gigantisch Duits open-lucht bejaardentehuis bevind. Grijze en kalende hoofden en keurige kapsels, stevig bij elkaar gehouden door een sterke haarlak, voeren de boventoon van het niet zo kleurrijke straatbeeld. Ik kijk naar de altijd prachtige zee die alles weer goedmaakt en de grijze massa uit mijn gedachten verdrijft. Een prettige wind masseert mijn gezicht en het zachte ruisen van de golven creëert een aangename rust in mijn hoofd. Ik bestel nog een café con leche, descafeinada deze keer…. ik houd niet van hartkloppingen.
Het wordt al wat drukker aan de boulevard. Het is juni en de eerste vakantiegangers maken de kust niet echt onveilig. Aan de huid is te zien wie in Spanje woont, met slechts een lichte, gezonde teint in het gezicht en op de armen. Als je het hele jaar door in de zon kunt zitten wordt die aandrang vanzelf een beetje minder. De overwinteraars hebben een donkerbruine huid die doet denken aan kameelleren tassen. Het gevecht tegen een rimpelloos gezicht is al jaren geleden opgegeven. De vakantiegangers zijn te herkennen aan de zonnige kleding. De Duitsers verpakt in nette bermuda’s en gestreken blouses. De Engelsen te herkennen aan korte broeken en schreeuwerige hemdjes die de kunstwerken van menig getalenteerde en minder getalenteerde tatoeagekunstenaar op een melkwitte of rode huid, aan de wereld onthullen.
Er zijn bijna geen kinderen, alleen wat mini-hondjes die de oude dag wat draaglijker maken.
Het strand ligt al aardig bezaaid met zonaanbidders. Ik kijk naar de levenloze lichamen. Met gespreide armen en benen liggen dikke buiken vol overgave in de warme zon gelardeerd met de frisse zeebries. Oude damesborsten vallen onflatteus naar de zijkant van gebruinde lichamen.
De al wat oudere Spaanse dames en heren die over de boulevard wandelen zien gelaten toe. Ze zijn gewend aan het vreemde schouwspel. De heren gehuld in een grijze broek en lichtgekleurd overhemd met korte mouwen en de dames te herkennen aan de vaak korte haren, strakke truitjes met bloemen of glittertjes, en keurige rokken. Het is een vermakelijk schouwspel dat ik met graagte observeer, maar het wordt tijd om te gaan. Ik doe mijn notitieblokje dicht en vraag de ober om de rekening. Ik sta op en zie dat een aantrekkelijke man van mijn leeftijd op mij af komt lopen. Hij vraagt of mijn tafel nu vrij is. Heel even kruisen onze ogen elkaar, die van hem zijn donkerbruin en Spaans. Hij draagt een wit T-shirt, een spijkerbroek en geen ring, net als ik. Maar zijn teenslippers lijken niet op die van mij.
Jammer!

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Dikke vriendinnen
Ze wil dikke vriendinnen worden. Gezien onze omvang krijgt dit een wat ludieke betekenis. Ze is tonnetje rond maar heeft een warme uitstraling. Haar grijze rattenkopje boven haar witte gelaat is niet echt flatteus, maar de kleurige blouse met paradijsvogelprint maakt het geheel tot een prettige verschijning. Breed glimlachend komt ze op me af tijdens het Nerja Arts Festival, waar ik een expositie heb, en ze stelt zich voor. Hallo, Ich bin Beate. Ze ontpopt zich tot een fan en koopt mijn hele serie mandalakaarten. Al snel wordt het me duidelijk dat ze alle tijd van de wereld heeft en ik luister naar een waterval van woorden. Ze geeft Meditative Tänze en vraagt of ik ook wil komen. Ik leg uit dat het niet echt mijn ding is, maar beloof binnenkort een keertje met haar af te spreken voor een bakje koffie. Drie maanden later gaat mijn telefoon. Beate hier…hoor ik. Ze legt uit dat vrienden uit Duitsland graag ook mijn mandalakaarten willen kopen. Hoopvol vraagt ze of ze mijn atelier mogen bezoeken. Ik twijfel, want ‘ik ben een rommelkont’ dekt de lading niet. Als ik mijn overvolle woninkje bekijk door de ogen van anderen zie ik een eettafel bedekt met fruit, rommeltjes, lege doosjes, papieren en ongeopende bankafschriften. Dat is ook de staat van vrijwel ieder ander oppervlak in mijn huis. De boeken in mijn boekenkasten staan schots en scheef, stapels papier puilen eruit. Er is wat ‘vlokvorming’ op de stenen tegels van honden- en kattenharen. Mijn keramische beeldjes staan her en der stof te verzamelen. Schilderijen hangen op de ongelijke wanden en staan wegens plaatsgebrek in iedere kamer gestapeld tegen de muur. Mijn atelierruimte, in de kleine tuin, staat overvol met plastic dozen met schildersmaterialen en overal liggen kwasten en losse tubes verf. Gereedschappen en lege plantenpotten slingeren over de vloer. Met een diepe pfffff bedenk ik dat ik geen zin heb om op te ruimen en stel voor om op het plein af te spreken. Maar ze verzekert me dat mijn rommel geen probleem is. We ontmoeten elkaar op het plein en ik word voorgesteld aan drie keurige Duitse dames met grijze haren. Ze zien er braaf uit zonder make-up op de roze gezichten en met hoogdichtgeknoopte blouses. Paniekerig verontschuldig ik me voor de rommel in mijn huis, maar ze wuiven mijn zorgen weg want ook zij zijn rommelig tijdens de vakantie leggen ze beleefd uit. Maar ik heb absoluut niet de illusie dat mijn rommel te vergelijken is met wat zij onder rommel verstaan en ik vermoed dat ze de neiging zullen krijgen om de Spaanse GGD erbij te halen.
Anderhalf uur later, ruim 100 euro rijker en een aantal mandalakaarten armer, zit ik volmaakt gelukkig op mijn balkon. Zwaluwen scheren vlak langs mijn hoofd. De late avondzon hult de bergketen in een sprookjesachtige oranje gloed. De witte huisjes in de vallei glinsteren als bladgoud. Het doordringende geluid van de zwaluwen vormt bijna een logisch geheel met het liedje dat zich, irritant vermakelijk, constant herhaalt in mijn hoofd…
‘Ik ben zo blij…zo blij…dat mijn neus van voren zit en niet opzij…’
En Beate? …. Beate en ik zijn nu dikke vriendinnen.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Een ‘getuigende’ buurvrouw
Haar borsten wiebelen vrolijk in een slechtzittende te kleine BH onder een nietsverhullende top. Ze is behangen met “bling” zoals de Engelsen dat noemen. Een ring aan iedere vinger. Gouden en zilveren hangers en neparmbanden, waar ik groene uitslag van zou krijgen, rinkelen vrolijk als ze met je praat. Het geheel opgesierd met grote opvallende oorbellen. De onduidelijke tatoeage die haar onderarm ontsiert doet een jeugdige foute beslissing vermoeden. Ze draagt moderne kleding, meestal twee maten te klein, daarmee haar volle lijf ongegeneerd tentoonspreidend in felgekleurde lycra, haar weelderige buik en XL decolleté nauwelijks verhullend. Vreemd genoeg misstaat het haar niet. Haar rode haar is rommelig opgestoken met een sierlijke haarclip. Ze is 64 jaar maar dat zie je haar niet aan. Ze heeft een mooie roodbruine kleur en talloze lieve sproetjes in haar altijd blije gezicht. Een blijdschap die ze uit wil dragen. Ze gelooft dat ze zal worden gered en samen met een handvol broeders en zusters, een paar miljoen wereldwijd, naar het paradijs zal gaan wanneer de wereld vergaat, wat heel binnenkort is. Ze is mijn buurvrouw. Vandaag gaan we een “menu del dia” nuttigen in een restaurant in het dorp. Voor zeven euro een drankje, een voorgerecht, hoofdgerecht en een nagerecht. We zitten in de voorjaarszon. Ze fascineert me. Ze praat over haar geloof. Ik vraag haar of ze wel eens iemand overtuigen als ze onuitgenodigd op een deur kloppen. Ze vertelt dat het bij haar wel zo was, 40 jaar geleden, toen ze aan de heroïne verslaafd was en dat Jehova haar redding was. Ik heb moeite met limiterende geloofsovertuigingen, maar dat het haar heeft geholpen zich te bevrijden van negatief destructief gedrag, kan ik wel mooi vinden. Ik ben blij voor haar, maar haar, in mijn ogen beperkte blik, vind ik moeilijk te begrijpen. Een wereld van uitsluiting, maar zo ziet zij het niet…. want iedereen mag zich bij hun aansluiten. Dat is wat ze graag wil, dat iedereen net zo blij en gelukkig is als zij. Dat vind ik lief. Maar haar vernietigende en negatieve uitlatingen over homosexuelen die willen trouwen en moslims, min of meer in één adem, maken dat ik haar opeens bijzonder onaardig vind. Mijn voornemen om niet in discussie te gaan vervaagt en voordat ik het door heb hoor ik mezelf mopperen over haar intolerantie. Al snel besef ik dat het geen zin heeft. Haar mening is onwrikbaar, het staat in de Bijbel. We zijn uitgepraat.
Ik raak verstrikt in een lastige discussie in mijn hoofd. Ik heb een hekel aan intolerantie en uitsluiting, maar nu ben ik dus zelf intolerant ten opzichte van haar. Ik wil dat zij de mening van anderen respecteert, maar kan ik haar wel respecteren? En kan ik hen die kinderen mishandelen, moorden uit geloofsovertuigingen of dieren mishandelen eigenlijk wel respecteren? Voel ik niet een intense intolerantie als ik die beelden zie op de televisie of op straat? Ik denk aan de agressie die er dan in me opborrelt…. Opeens vind ik mijn buurvrouw niet meer zo onaardig.
Een mooie les in vergevingsgezindheid en tolerantie. Samen hobbelen we even later naar het plein voor een kopje koffie.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Kabouters met een mening
Hallo Renate, wie geht es Dir? Monica vraagt of we elkaar kunnen ontmoeten, want Gerda heeft ‘doorgekregen’ dat we samen ons werk moeten exposeren in een dorpje langs de kust. Nieuwsgierig rijd ik de volgende dag via de lange kronkelige bergweg naar het afgelegen huisje verscholen in een zee van groene avocadoplantages en zilvergroene olijfbomen. Ik kom uit op een zandweg die leidt naar het terrein van Monica en Gerda. Ik word begroet met een brede glimlach op de ronde gezichten. Ze gaan me opeten schiet het even door mijn hoofd want het voelt of ik een waanwereld binnenglijd waar ik word verwelkomd door de extreem dikke Duitse heksen zoals ze zichzelf noemen. Ze dragen allebei dezelfde grote blauwe jurk zonder mouwen met een soort kangoeroe zak aan de voorkant. Hun enorme borsten bungelen duidelijk zichtbaar vrij en blij onder de luchtige katoenen stof en het geheel voelt zacht, warm en vochtig aan tijdens de net iets te lange omarming. Rommelige lange grijze haren omlijsten de witte, bezwete gezichten en maken het plaatje compleet. Make-up past niet in hun wereld. Gerda kijkt wat verwilderd uit haar waterigblauwe ogen. Zij is volgens eigen zeggen de creatieve geest en de healer. Ik word uitgenodigd in de woning, een oase van rust in een wonderlijk warme sfeer. Overal staan engelen- en Buddhabeeldjes, TutankAmonreplica’s en keramische sculpturen. Ik voel me ontspannen en op mijn gemak. Tijdens een kopje kruidenthee vertelt Gerda over de kabouters en feeën die voor de meeste mensen onzichtbaar zijn. Lachend legt ze uit dat velen denken dat ze gek is. Serieus vervolgt ze dat de kabouters hebben doorgegeven dat het tijd is voor een expositie, samen met mij. Monica, die vol liefde alle wensen van Gerda vervult luistert. Er hangt een sprookjesachtige sfeer en deze vreemde harmonieuze verhouding lijkt uitstekend te werken. Gerda schenkt nog een kopje thee in terwijl Monica de woonkamer binnenkomt met een groot aantal gebreide truien, vesten en jurken. Ik ben totaal verbaasd over de prachtige kleuren en motieven verwerkt in deze gewaden. De vesten en jurken hebben enorme lange puntmutsen die perfect combineren met de piramideachtige vorm van de kleding. Vervolgens legt Gerda uit dat ze van haar kabouters heeft doorgekregen om vierkante jurken te creëren. Monica toont een aantal dunne one-size-fits-all jurken gemaakt van een luchtige katoenen stof prachtig beschilderd door Gerda met kleurrijke symbolen. Bloemen, paradijsvogels en Egyptische motieven sieren de vierkante jurken. Ik moet er eentje aanpassen en ben blij verrast. Ik ga bijna als vanzelf wat rechterop staan. Voor iemand die nooit een jurk draagt verbaas ik me over mijn eigen enthousiasme. Ik kan niet anders dan het werk van Monica en Gerda heel bijzonder vinden en leg hun uit dat de kleding absoluut een expositie waardig is.
Monica en Gerda willen hun jurken graag exposeren samen met mijn schilderijen en keramische beelden. Het lijkt een goed plan en voldaan rijd ik drie uur later weer naar huis… de expositiedatum geprikt.
Twee dagen later gaat de telefoon: Hallo Renate, die Gnomen haben leider gesagt das es dennoch jetzt nicht die richtige Zeit ist für eine Ausstellung……
Ik ben stiekem toch een beetje teleurgesteld!

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Een nachtelijk avontuur
Ik hoor gerommel en getrippel, wat ondefinieerbaar in de verte. Gewekt uit een diepe slaap dringt het vaag tot me door dat mijn badkamer wordt omgetoverd tot een “killing field”. Maar ik ben te moe, draai me op mijn andere zij en keer direct terug naar dromenland!
Crunch, crunch word ik wederom in de realiteit teruggezogen. Het klinkt weer anders dan het gebruikelijke knapperige geluid waar ik wel aan gewend ben. Het vertrouwde geluid van mijn kat knabbelend op zijn brokjes die in de badkamer staan. Ik hoor een smakkend geluid en geïrriteerd sta ik op en doe het licht aan in de badkamer die aan mijn slaapkamer grenst. Blue staat voorovergebogen boven het halve lichaam en de lange staart van een klein muisje. Hij kijkt even op en staart met zijn blauwe ogen in de mijne. Ik jaag hem weg. Misselijk van het idee dat hij zojuist de kop en het bovenlijf van de muis heeft verorberd, doe ik de rest van het kleine lichaampje in een plastic zak.
Het is drie uur in de ochtend en vanuit de badkamer loop ik naar het balkon dat ook grenst aan mijn slaapkamer, ik ben te wakker om de slaap te hervatten en ben bezorgd. Ik denk terug aan eerder die avond. Twee guitige kraaloogjes staarden me vanonder de oude leren sofa in de ogen. Oogjes vol doodsangst en moed. Het kleine veldmuisje rende van de ene kant van de kamer naar de andere om vervolgens via de nauwelijks zichtbare kier onder de deur de tuin in te verdwijnen. Mij met gemengde gevoelens achterlatend. Ik vind muisjes leuk, maar niet als dagelijkse verschijning in mijn woonkamer. Blue vindt het allemaal prima en sinds een paar weken lijkt het een nachtelijke gewoonte te worden dat ik word gewekt door het onprettige geluid van zijn lugubere spel met alweer een veldmuisje… meegesleurd naar de badkamer. Iedere nacht ben ik dankbaar dat ik mijn bril niet kan vinden waardoor het kleine lijkje vervaagt tot een onherkenbaar grijs hoopje dat ik met een stoffer en blik kan opruimen. Ik kan het niet langer uitstellen. Morgen ga ik muizengif kopen!
De volle maan creëert een mooie gloed over de daken van de witte grillig gebouwde huizen met de bergen als indrukwekkende achtergrond. Hier en daar ligt een witte villa. Ik heb het gevoel dat ik in een andere dimensie leef, zo ver weg van Nederland. Ik neem plaats op één van de twee rieten stoeltjes met afgebladderde witte verf. Gefascineerd neem ik de omgeving in me op. Ik staar naar de sterrenhemel, een spektakel dat nooit verveelt. Ik hoop op een vallende ster, maar vermoed dat ik daarvoor moet wachten tot augustus. Jammer, ik heb nog wel een paar wensen die ik graag vervuld zie. Blue springt op de rand van de balustrade van het balkon. Het ziet er altijd nogal vervaarlijk en rommelig uit als hij zijn dikke bips in een voor hem gemakkelijke positie manoeuvreert, balancerend als een koorddanser. De glimlach op zijn snuit voor mij duidelijk herkenbaar. Ik neig ertoe hem een zetje te geven, maar houd me in. Vandaag heb ik een hekel aan katten.
©Renate van Nijen, 2010

Sign up for my newsletter
Get the latest content first.
We respect your privacy.